Archief
ZB in Japan
ZB-collega Willem Andrée is een maand naar Japan. Samen met drie anderen werd hij geselecteerd om deel te nemen aan de Group Study Exchange (GSE) van Rotary in Nederland. Doel: vakgenoten ontmoeten en van elkaars cultuur leren. De teamleden slapen bij Rotary-gastgezinnen, ontmoeten burgemeesters en presenteren Nederland aan Japanse Rotaryclubs en op conferenties.
Super writers (6)
Zijn krant zal nooit ten onder gaan. Eigenaar Jin Togashu schudt driftig zijn hoofd. ‘Nee, nee, nee, nooit!’ The Shonai Nippo werd in 1964 opgericht en binnen drie jaar ging de oplage van tien naar bijna twintigduizend. Binnen no time was het een dagblad. Dat de oplage inmiddels weer met twintig procent is gedaald en zijn redactie binnen twee jaar van 23 naar 14 verslaggevers ging, zal het optimisme niet temperen. Hij pakt een krant, gaat op het puntje van zijn stoel zitten en vouwt de editie op zijn Japans: zoals in Nederland door de helft, en daarna nog twee keer extra gevouwen. Hij zegt: ‘Kijk, net een cadeautje. En zo brengen wij zes keer per week de krant bij de mensen thuis. Door het op deze manier te vouwen en aan te bieden, zeggen we: “Dit hebben we voor u gemaakt. Doozo, geniet ervan”.’
Maar Jin is niet blind. Jongeren willen zijn krant niet meer. ‘Dat zie ik, maar ik laat ze niet los. We gaan naar scholen en bieden onze krant aan. Gratis.’ En met zijn Super writers zoals hij zijn redacteuren noemt, wil hij de strijd aangaan. ‘Zij kunnen alles. Schrijven, fotograferen. Of het ook kritische journalisten zijn? Dat hoeft niet. Stel dat de burgemeester een belofte doet die hij niet nakomt. Dan gaan wij hem niet ter verantwoording roepen. Nee, we vragen ons af: “Waarom is het onze burgemeester niet gelukt?” Wij zijn allemaal vrienden. We leven hier als een familie. Mijn krant is daar onderdeel van. We zullen elkaar nooit ergens de schuld van geven. Zo gaat dat in Japan.’
Dan staat hij op om het Nederlandse bezoek rond te leiden. Stapels papieren, oude computers, stroomdraden overal, als je niet beter weet, waan je je in de jaren zestig. Behalve de computers dan. Als eerste de begane grond. Wat daar gebeurt, is een raadsel. Toch zijn er twee mensen die ‘iets’ doen. Boven zitten de redacteuren en de vormgevers van de krant. Dan opent hij de deur naar een smal gangetje met een smalle, krakende trap. Naar beneden. Daar – in de kelder – draaien zijn eigen drukpersen. Vijf man werken aan de krant van die avond. In een uur haalt deze machine 30.000 kranten, schreeuwt hij trots.
Aan enthousiasme zal het niet liggen. In deze regio die met de dag vergrijst en waar de leegstand met het jaar stijgt, zal Jin zijn krant blijven maken. Met social media, trouwens. Nee, daaraan zal het niet liggen.
OUDERE BLOGS
ZB-collega Willem André is een maand naar Japan. Samen met drie anderen werd hij geselecteerd om deel te nemen aan de Group Study Exchange (GSE) van Rotary in Nederland. Doel: vakgenoten ontmoeten en van elkaars cultuur leren. De teamleden slapen bij Rotary-gastgezinnen, ontmoeten burgemeesters en presenteren Nederland aan Japanse Rotaryclubs en op conferenties.
‘You wait, and stand in line!’ (1)
Onze eerste presentatie, maandag 26 maart in Yonezawa.
Stel je voor: een zaal met ruim vijftig Japanse Rotarians die op je wachten. Om je te ontmoeten en om je presentatie te zien. De deuren van de zaal zijn open. We willen naar binnen lopen want het is tijd voor ons debuut. Voor het eerst deze Japanreis gaan we onze presentatie geven. Maar dan houdt iemand je tegen. ‘You wait, and stand in line! “Dilk (Dirk, de team begeleider, red.), go filst.’
De deuren sluiten.
Daar staan we dan. Beetje nerveus. Beetje ‘klaar om te gaan’.
De deuren gaan open. De Japanner buigt: ‘Come in!’
Dirk loopt naar binnen en een luid applaus breekt los. Geroep. Luid! We kijken elkaar verbaasd aan en volgen dan Dirk; Willem eerst,Consuela (psycholoog), Remko (credit analyst bij Deutsche Bank) en Thea (bloemsierkunstenaar). De gasten lachen vriendelijk terwijl ze klappen en knikken, buigen. Komen soms zelfs al handen schudden. De toon is gezet.
De presentatie verloopt uitstekend. In de presentatie stellen we onszelf voor, we vertellen over Nederland en over ons district 1580, zeg maar Gelderland. Over de natuurgebieden, bijvoorbeeld. De toeschouwers brommen zo nu en dan instemmend.
Sake drinken doen we ook, die avond. En kaartjes uitdelen en ontvangen uiteraard (daarover later meer), heel veel kaartjes. En onder hetzelfde applaus als we onze entree beleefden, verlaten we de zaal. Het moet gezegd, we voelen de adrenaline.
En zijn tevreden.
We zijn op TV en lopen voor… (2)
Voor wij het in de gaten hadden, waren we live in een uitzending op Yamagata TV. Met een uitgelaten Japanse presentator die in een hoog register vragen aan ons stelde…
Wat vooraf ging.
Eén van de doelen van deze reis is om Japanse vakgenoten te ontmoeten. Rotarians in Japan hebben daarom voor ons zogenaamde vocationals uitgezocht. Zo waren we al bij een bank voor teamlid Remko, bij een school voor moeilijk opvoedbare kinderen voor Consuela en bij een bloemenveiling voor Thea. Elke dag zijn er vocationals en culturele bezoeken. We worden met een bus opgehaald en rondgereden. Regelen hoeven we niks… Ook praten we met de burgemeesters van de plaatsen waar we komen en mochten we op audiëntie komen bij de gouverneur van Yamagata (soort commissaris van de Koningin). Een vrouw, overigens. En tot slot presenteren we nagenoeg dagelijks voor Rotaryclubs.
Ik mocht voor mijn eerste vocational naar de Yamagata Newspaper en naar YTS, Yamagate Television System. Net als bij elk bezoek werden we eerst voorgesteld aan de directie en volgde er een praatje. We werden – ook net als bij andere bezoeken – driftig gefotografeerd en gefilmd. En we deelden visitekaartjes uit, uiteraard.
En toen werd ons doodleuk verteld dat wij een item zouden zijn in de live-uitzending van een dagelijks praatprogramma, laten we het RTL Boulevard noemen. De dag ervoor liep er al de hele dag een cameraman met ons mee tijdens onze bezoeken aan bedrijven. Dat had een lichtje moeten doen gaan branden…
Welnu, na het praatje werd ik rondgeleid door de hoofdredacteur van de krant. Zijn Engels was goed genoeg om het over social media en over journalistieke normen en waarden te hebben. Ik dacht voor de reis dat de Japanners erg ver zouden zijn op het gebied van crossmedia. Wat blijkt: wij liggen voor. Van ZB zouden zij nog wat kunnen leren.
Neemt niet weg dat het ontzettend leerzaam was. Na de hoofdredacteur van de krant nam de hoofdredacteur van YTS de rondleiding over. Om ons later naar de studio te leiden waar we om vijf uur ’s middags voor de camera’s stonden. De gekleurde studio deed pijn aan de ogen (erg Japans, al die felle kleuren) en de kleine presentator stond te springen dat het een aard had. De vertaler daarentegen vertaalde droog en kalm. Wat we kwamen doen, wat we van Yamagata vonden. Ik kreeg tot twee keer toe de plopper onder mijn neus geduwd.
De five minutes of fame. In Japan weliswaar, maar toch…
93 kaartjes (3)
De score: in twee weken 93 Japanse visitekaartjes.
We waren al gewaarschuwd, maar het uitdelen van de businesscards in Japan is echt een ritueel. Het gaat als volgt. Je houdt je kaartje met twee handen vast, houdt het voor je en buigt je bovenlichaam licht naar voren naar de ander. Dan ben je klaar voor de uitwisseling. Overigens is het mij nog niet duidelijk – zelfs niet na 93 rituelen – wie nu eerst geeft of wie eerst ontvangt: de gast of de gastheer. Enfin, het lijkt niet zo belangrijk voor de Japanners dus maak ik mij er niet druk om. When in Rome, do as the Romans do, niet waar? Voor het gemak gaan we er nu vanuit dat gastheer eerst is. Die zegt: ‘Konnichiwa, my name is… Nice to meet you.’ (Als je geluk hebt trouwens, want Engels is niet hun sterkste vreemde taal.)
Je herhaalt de naam van de gastheer en vraag of je die goed uitspreekt. En als de naam niet op het kaartje staat in ‘onze’ letters, laat je hem die ook nog op het kaartje schrijven. Dan ben jij aan de beurt en doet hetzelfde. In mijn geval: Konnichiwa, my name is Willem (‘Ahaa, Zilm-san’, is het standaard antwoord). Meestal proberen ze Willem drie keer uit te spreken en geven dan de moed op.
Let wel: we waren op een Rotary-conventie met achthonderd aanwezigen. Die avond werd ik tijdens het eten zo’n dertig keer op mijn schouders getikt. Achter mij dan een Japanner met het kaartje in de aanslag.
Kortom, wie denkt in Japan uiterst hip met een iPhone gegevens uit te wissel met een eenvoudige swipe, komt bedrogen uit…
Aardbevingen (4)
Zoals dat gaat bij een aardbeving; je doet alsof er niets aan de hand is…
Hè?!
Welnu, dat was in ieder geval de reactie van mijn gastgezinnen bij de twee aardbevingen die ik tot nu toe meemaakte in Nanyo en Yamagata. Kort, dat waren ze wel. Gelukkig. Bij de eerste zat ik rustig op mijn stoel, aan het eerste biertje dat ik had gekregen na een dag bedrijven bezoeken en presenteren in Shirataka. Ik dacht nog: ‘Zo, die Asahi komt binnen.’ Tot ik mij realiseerde dat het een aardbeving was. Mijn eerste. De stoelpoten leken even van rubber. Verbaasd keek ik naar de leden van mijn gastgezin die onbewogen doorgingen met wat ze aan het doen waren. Ik ging alle gezichten kort af. Alsof er niets was gebeurd, nam de man des huizes een slokje sake. Stond op en liep naar de televisie waar direct live-beelden waren van de beving. Op het Japanse internet is direct te zien hoe zwaar die was. Na wat doorvragen, bleek de kalmte schijn. Ze zijn – terecht, een jaar na Sendai – als de dood voor aardbevingen. Sterker: mijn gastvrouw raakte geëmotioneerd toen ze sprak over maart vorig jaar, toen 12.000 mensen omkwamen door de tsunami. De tranen sprongen haar in de ogen. ‘Als wij de beelden van toen zien, hebben we pijn van binnen.’
Please Willem… (5)
Een kersenboer, een eigenaar van een supermarktketen en een aannemer. Dat waren tot nu toe mijn gastheren bij de gastgezinnen. Wat zij en hun families gemeen hebben: de ongekende gastvrijheid. Bij aankomst ligt de futon in het midden van het gastverblijf klaar achter de Japanse schuifdeurtjes, groene thee in flesjes op een tafeltje en een gasbrander staat te loeien. Want ze vinden het maar koud op dit moment met al die sneeuw. Als je je hebt omgekleed, is het eten en drinken. Veel drinken. Tenminste, voor de Japanner. Die blijkt na één sake of biertje al een stuk makkelijker in de omgang. Erg handig, want praten is er niet bij: ik spreek geen Japans, de gastfamilies geen Engels.
Als er draadloos internet is, kun je overigens met de app Vertalen bijna perfect communiceren. Je praat in de telefoon en het wordt met stem en al vertaald. Bijna altijd goed. Tot hilariteit van de families.
Bij het laatste gastgezin werd ik uitgenodigd voor het avondmaal, traditioneel zittend op de knieën. Alle Rotarians van het dorp Nishikawa waren uitgenodigd. Zonder de vrouwen helaas, Margriet van der Linden (hoofdredacteur Opzij, red.) kan hier nog wel een paar decennia aan de bak. De drank vloeide rijkelijk. Het is dan gebruikelijk dat je bij elkaar inschenkt. Dat was mij al opgevallen, maar ik was nog te druk om mijn stokjes onder controle te krijgen bij het eten van reusachtige stukken tempura. Tot mijn buurman mij influisterde: ‘Please Willem…’ En wees naar een fles bier. Of ik de gasten zo nu en dan ook wilde bijschenken. Al doende leer je. Bij het afscheid vloog de buurman – die nog een beetje Engels sprak – mij om de hals. De volgende dag zaten hij en de andere heren (die na een paar bier voordurend op de foto wilden), alsof er niets was gebeurd, strak in het pak op de internationale Rotary-conferentie. Waar zij later samen met zo’n achthonderd Rotarians zaten te luisteren naar onze presentatie.
Weer wat geleerd…

Tip: ga naar http://gse2012japan.wordpress.com/ voor de laatste foto’s en nieuwtjes van Willem uit Japan!














